On Tour: Drie generaties topchoreografen

Foto: Marta Syrko

Het Balletorkest speelt:

On Tour: Drie generaties topchoreografen P.Hindemith, B.Britten, J.Adams

i.s.m. Het Nationale Ballet, dirigent: Fayçal Karoui

Balanchine/van Manen/Arques
drie generaties topchoreografen

 

 

The Four Temperaments

muziek: Paul Hindemith – Theme with Four Variations
choreografie: George Balanchine

 Het was de beroemde Russische, choreograaf George Balanchine die Paul Hindemith in 1940 de opdracht gaf Theme with Four Variations te componeren voor een nieuw ballet, dat eind mei 1941 in première zou gaan. Beide kunstenaars waren voor het naderende oorlogsgeweld uitgeweken naar de Verenigde Staten, waar werk van de Duitse, dus ‘vijandige’ componist, niet zonder meer welkom was, zelfs al was zijn muziek ook in Europa door de nazi’s verboden. Als gevolg hiervan werd deze balletmuziek pas in 1943 in een concertante versie ten doop gehouden in de Zwitserse stad Winterthur, De eerste scenische uitvoering werd in 1946 gegeven door Balanchine’s nieuw opgerichte New York City Ballet.

Hindemiths Theme with Four Variations heeft als ondertitel Volgens de vier temperamenten en is geïnspireerd op de oude Griekse theorie die suggereert dat er vier fundamentele persoonlijkheidstypen zijn: de melancholische, de optimistische, de flegmatische en de cholerische. Op basis van dit classificatiemodel verdeelde Hindemith zijn werk in vier delen plus een ouverture. De eerste sectie introduceert een eenvoudig thema, dat in elk van de volgende secties anders wordt ontwikkeld om de vier temperamenten muzikaal te illustreren. Ter verduidelijking van deze muzikale indeling van de variaties specificeerde Hindemith: “C is een soort wals, D een wat korter deel en E wordt een nogal wild geheel.”

Frank Bridge Variations

muziek: B.Britten – Frank Bridge variations
choreografie: Hans van Manen

De volledige titel van dit werk luidt Variations on a Theme of Frank Bridge en is Benjamin Brittens Opus 10, een compositie voor strijkorkest, waarmee hij internationaal naam zou maken. Hij schreef het in 1937, op verzoek van Boyd Neel, die op het Salzburg Festival van dat jaar de première dirigeerde. Vanaf 1927 studeerde Benjamin Britten bij  Frank Bridge en als eerbetoon aan zijn leermeester begon hij in 1932 aan een reeks variaties op een thema uit een van diens composities. Door omstandigheden bleef het werk nog jarenlang op de plank liggen. Tot Boyd Neel hem in 1937 uitnodigde een werk voor strijkorkest te schrijven. Britten besloot direct aan een nieuwe serie variaties op een thema van Bridge te beginnen, en koos daarvoor het tweede van diens Three Idylls for string quartet.
Na Introduction and Theme  volgen tien variaties, die elk verwijzen naar een aspect van Brigde’s persoonlijkheid:
Adagio vertegenwoordigt Bridge’s integriteit, March zijn energie, Romance zijn charme, Aria zijn humor, Bourrée zijn gevoel voor traditie, de Wiener Walzer zijn enthousiasme, Moto perpetuo zijn vitaliteit, Funeral March zijn empathie, Chant zijn eerbaarheid, Fugue zijn vakmanschap, en tenslotte verwijst de Finale naar hun vriendschap. Ook imiteerde Britten een aantal stijlkenmerken van vroegere grootheden als RossiniRavel en Igor Stravinsky.
Er werden twee balletversies van de Variaties gemaakt: in 1942 een versie voor twee piano’s door Brittens goede vriend Colin McPhee, zeven jaar later door Arthur Oldham, die een arrangement voor vol symfonieorkest schreef.

Manoeuvre

muziek: John Adams – Shakers Loops
choreografie: Juanjo Arqués

Voor zijn ballet Manoeuvre, in een choreografie voor zeven manlijke dansers,  deed Juanjo Arqués een beroep op de Amerikaanse componist/dirigent John Coolidge Adams (1947) en diens uitzonderlijk compositie Shaker Loops, waarvoor hij in 2019 met de Erasmus prijs werd vereerd. Het werk dateert uit 1978 en is oorspronkelijk geschreven als strijkseptet.
Shaker Loops was aanvankelijk Wavemaker genoemd, vanwege Adams’ poging de rimpeling van watermassa’s in muziek weer te geven. Commercieel was dit geen succes, maar Adams bleef geobsedeerd door het idee van de vibratiemogelijkheden van strijkinstrumenten. Hij herdoopte het stuk in Shaker Loops, naar de bezeten, rituele dansen van de Shakers (uit Engeland afkomstige religieuze sekte in de VS.) De originele partituur werd in 1983 vervangen door een versie voor strijkorkest. Deze versie kan zowel worden uitgevoerd door een septet van solisten, als door een strijkorkest van willekeurige omvang, waarbij de violen over drie partijen zijn opgedeeld.
Adams’ muziek is geworteld in het minimalisme (1947) en van de meest uitgevoerde componisten van eigentijdse klassieke muziek geniet hij de grootste bekendheid als componist van opera’s, die vaak recente historische gebeurtenissen tot onderwerp hebben.
Het wonderbaarlijk van dit werk is dat Adams erin geslaagd is beweging – de golfbeweging in Shaker Loops – in klank om te zetten.
Het werk bestaat uit vier delen:
I    Shaking and Trembling
II   Hymning Slews
III  Loops and Verses
IV  A Final Shaking

tekst:Henriette Posthuma de Boer

Speeldata:

  • 9.11 | Den Haag
  • 10.11 | Breda
  • 13.11 | Utrecht
  • 14.11 | Maastricht
  • 18.11 | Eindhoven
  • 19.11 | Rotterdam

Shadows

i.s.m. Het Nationale Ballet, Capella Amsterdam
dirigent: Matthew Rowe

The Sleeping Beauty

i.s.m Het Nationale Ballet, choreografie: Marius Petipa / productie en regie Sir Peter Wright, dirigent: Ermanno Florio

Nieuwsbrief